Gids voor netwerkkabel kleuren uitgelegd

Gids voor netwerkkabel kleuren uitgelegd

Een RJ45-stekker is klein, maar een verkeerde ader op รฉรฉn positie kan uw netwerkverbinding volledig verstoren. Met deze gids voor netwerkkabel kleuren ziet u direct welke kleurvolgorde u nodig hebt, waarom T568A en T568B bestaan en wanneer u welke standaard toepast. Dat voorkomt een kabel die er netjes uitziet, maar geen verbinding maakt of slechts op een lage snelheid werkt.

Gids voor netwerkkabel kleuren: eerst de basis

Een standaard netwerkkabel bevat vier getwiste aderparen, samen acht aders. Elk paar heeft een effen kleur en een witte ader met een gekleurde streep. De vier kleuren zijn blauw, oranje, groen en bruin. Het twisten van de paren is geen detail: het beperkt elektromagnetische storing en helpt de kabel zijn prestaties te behouden.

De kleuren hebben dus niet allemaal een eigen functie zoals plus en min bij een voedingskabel. De functie ontstaat door de positie van een ader in de RJ45-stekker en door het paar waartoe deze behoort. Daarom is de juiste volgorde bij het afmonteren belangrijker dan alleen controleren of alle acht kleuren aanwezig zijn.

Bij een RJ45-stekker telt u de pinnen van links naar rechts wanneer u de stekker met de clip van u af en de contacten naar boven houdt. Dit is een veelgemaakte fout: draait u de stekker andersom, dan leest u de volgorde gespiegeld en wordt de kabel verkeerd afgemonteerd.

T568A of T568B: welke kleurvolgorde gebruikt u?

Voor Ethernetbekabeling worden vrijwel altijd de standaarden T568A en T568B gebruikt. Technisch bieden beide dezelfde prestaties, mits beide uiteinden op de juiste manier zijn aangesloten. Het verschil zit in de plaats van het groene en oranje paar.

| Pin | T568A | T568B | |—|—|—| | 1 | wit/groen | wit/oranje | | 2 | groen | oranje | | 3 | wit/oranje | wit/groen | | 4 | blauw | blauw | | 5 | wit/blauw | wit/blauw | | 6 | oranje | groen | | 7 | wit/bruin | wit/bruin | | 8 | bruin | bruin |

In Nederland komt T568B veel voor bij bestaande thuisnetwerken, kantoren en kant-en-klare patchkabels. T568A is eveneens een officiรซle standaard en wordt soms in specifieke installaties of bestaande infrastructuren gebruikt. De praktische regel is eenvoudig: sluit aan op de standaard die al in het pand wordt gebruikt. Begint u een nieuwe installatie, kies dan รฉรฉn standaard en houd die consequent aan op wandcontactdozen, patchpanelen en kabels.

De blauwe en bruine aders blijven op dezelfde plek

Bij T568A en T568B wisselen alleen groen en oranje van positie. Het blauwe paar blijft altijd op pin 4 en 5, het bruine paar op pin 7 en 8. Juist deze vaste posities maken het eenvoudiger om een fout te vinden als een kabeltester een onderbreking, verwisseld paar of verkeerde volgorde aangeeft.

Voor Gigabit Ethernet en hogere snelheden worden alle vier de aderparen gebruikt. Een fout in het bruine of blauwe paar kan daarom betekenen dat een apparaat nog wel link krijgt, maar terugvalt naar 100 Mbit/s of helemaal geen stabiele verbinding opbouwt.

Rechte netwerkkabel of crossover-kabel?

Een rechte netwerkkabel heeft aan beide kanten dezelfde norm: T568A aan beide uiteinden of T568B aan beide uiteinden. Dit is de gebruikelijke kabel voor een verbinding tussen bijvoorbeeld een modem, router, switch, pc, access point, patchpaneel of wandcontactdoos.

Een crossover-kabel heeft T568A aan de ene kant en T568B aan de andere kant. Daarbij worden de zend- en ontvangstparen gekruist. Vroeger was dit soms nodig om twee vergelijkbare apparaten rechtstreeks te verbinden, zoals twee pc’s of twee switches. Moderne netwerkapparatuur ondersteunt meestal Auto MDI-X en bepaalt zelf welke paren nodig zijn. Daardoor is een crossover-kabel in de meeste huidige installaties niet meer nodig.

Gebruik voor regulier netwerkwerk dus een rechte kabel. Dat is overzichtelijker, sluit aan op de gangbare praktijk en maakt storingen later eenvoudiger te onderzoeken.

Netwerkkabel kleuren bij zelf een RJ45-stekker monteren

Voor een korte patchkabel kunt u een RJ45-stekker monteren, zolang stekker en kabel bij elkaar passen. Let daarbij niet alleen op de kleurvolgorde. Een stekker voor soepele, meeraderige patchkabel is anders opgebouwd dan een stekker voor massieve installatiekabel. Met de verkeerde combinatie kunnen de contactpennen onvoldoende grip krijgen, ook al is de kleurcode correct.

Strip de buitenmantel voorzichtig terug zonder de isolatie van de afzonderlijke aders te beschadigen. Draai de aderparen pas vlak voor de stekker los. Hoe meer lengte u ontwart, hoe groter de kans op storingen, vooral bij Cat6, Cat6a en hogere categorieรซn. Leg de aders vervolgens in de gekozen T568A- of T568B-volgorde, strijk ze recht en knip ze allemaal op gelijke lengte af.

Schuif de aders volledig tot aan de voorkant van de RJ45-stekker. Controleer door de transparante stekker of iedere ader het uiteinde bereikt en of de kabelmantel onder de trekontlasting valt. Krimp daarna met een geschikte krimptang. Kijk voor het krimpen nog รฉรฉn keer naar de volgorde: corrigeren is dan eenvoudig, na het krimpen meestal niet.

Test altijd beide uiteinden

Een kabeltester controleert per ader of pin 1 tot en met 8 op de juiste plaats uitkomt. Dat is sneller en betrouwbaarder dan alleen een laptop aansluiten en hopen dat de verbinding werkt. Een eenvoudige tester vindt veelvoorkomende fouten zoals een open ader, kortsluiting, omgewisselde aders en gesplitste paren.

Een gesplitst paar verdient extra aandacht. Daarbij lijken de kleuren op het eerste gezicht op de juiste pinnen te zitten, maar zijn twee afzonderlijke aders uit verschillende getwiste paren gecombineerd. De kabel kan soms nog een verbinding geven, maar presteert onbetrouwbaar of haalt de gewenste snelheid niet. Volg daarom altijd de volledige T568A- of T568B-reeks, niet alleen losse kleurposities.

Patchkabel, installatiekabel en PoE

De kleurcode blijft hetzelfde, maar het type kabel kiest u op de toepassing. Soepele patchkabel is bedoeld voor korte, beweegbare verbindingen tussen apparaten. Massieve installatiekabel gebruikt u voor vaste trajecten door buizen, kabelgoten, wanden of plafonds. Die werkt doorgaans samen met LSA-stroken in keystone-jacks, wandcontactdozen en patchpanelen, in plaats van met een losse RJ45-stekker.

Bij Power over Ethernet, of PoE, levert de netwerkkabel naast data ook stroom aan bijvoorbeeld een access point, IP-camera, deurbel of VoIP-telefoon. Ook dan blijft de standaard aderindeling leidend. Gebruik een kabel van voldoende kwaliteit, werk alle acht aders goed af en vermijd beschadigde of sterk afgeplatte kabeltrajecten. Zeker bij langere lengtes en apparaten met een hoger vermogen kan een slechte verbinding warmte, spanningsverlies of storingen veroorzaken.

Kies bovendien een kabelcategorie die past bij de gewenste snelheid en installatie. Cat5e is vaak voldoende voor Gigabit Ethernet, terwijl Cat6 en Cat6a meer marge bieden voor snellere netwerken en installaties met hogere eisen. De kleurvolgorde verandert niet per categorie, maar de nauwkeurigheid van de afmontage wordt wel belangrijker.

Veelgemaakte fouten bij netwerkkabel kleuren

De meest voorkomende fout is T568A aan het ene uiteinde en T568B aan het andere uiteinde gebruiken terwijl een rechte kabel de bedoeling was. Daarnaast worden wit/oranje en oranje, of wit/groen en groen, regelmatig verwisseld. Controleer ook of u de stekker niet ondersteboven hebt bekeken bij het tellen van de pinnen.

Een tweede oorzaak van problemen is te ver ontwarde aders. Een kabel kan op een eenvoudige tester goed lijken, maar toch instabiel worden bij hogere snelheden. Houd de getwiste paren daarom zo lang mogelijk intact en gebruik passende connectoren, gereedschap en kabels.

Wie een bestaande installatie uitbreidt, doet er goed aan eerst รฉรฉn wandcontactdoos of patchpaneel te controleren. Daarmee weet u welke standaard aanwezig is. Bij Kabelmaxx vindt u de benodigde netwerkkabels, RJ45-connectoren, keystones en gereedschappen per toepassing overzichtelijk bij elkaar. Werk consequent, test iedere kabel direct en noteer de gekozen standaard bij de installatie – dat bespaart later veel zoektijd.