Een tv heeft een optische uitgang, maar uw versterker alleen een oranje of zwarte RCA-aansluiting. Of uw cd-speler biedt zowel optisch als coaxiaal. Bij toslink versus coaxiaal is de beste keuze meestal niet de kabel met de meest indrukwekkende specificaties, maar de aansluiting die daadwerkelijk op beide apparaten aanwezig is. Beide zijn digitale S/PDIF-verbindingen en kunnen uitstekend geluid leveren. De verschillen zitten vooral in compatibiliteit, gevoeligheid voor storingen en praktische installatie.
Toslink versus coaxiaal: de basis
Toslink en coaxiaal transporteren allebei digitaal audiosignaal via de S/PDIF-standaard. Dat betekent dat het bronapparaat, zoals een televisie, cd-speler, gameconsole of mediaspeler, het geluid digitaal naar een versterker, receiver, DAC of soundbar stuurt. De omzetting naar analoog geluid gebeurt pas in het ontvangende apparaat.
Een Toslink-kabel verstuurt het signaal met licht door een kunststof of glazen vezel. U herkent deze aansluiting aan de vierkante of licht afgeronde optische poort, vaak voorzien van een klepje. De kabelstekker is eveneens vierkant en past maar op รฉรฉn manier.
Een digitale coaxiale audiokabel gebruikt elektriciteit en heeft meestal RCA-stekkers. De aansluiting lijkt daardoor op de bekende rood-witte tulpverbinding voor analoge audio. Bij digitale coaxiaal gaat het echter doorgaans om รฉรฉn enkele RCA-aansluiting, vaak oranje gemarkeerd en aangeduid als Coaxial, Digital Out of S/PDIF.
Verwar digitale coaxiaal niet met de ronde antenne-coaxaansluiting voor televisie of kabelinternet. Ook een gewone rood-witte tulp audiokabel is niet automatisch geschikt als digitale coaxkabel. Een goede digitale coaxiale kabel heeft een impedantie van 75 ohm.
Geluidskwaliteit: is er een hoorbaar verschil?
Bij een goed werkende verbinding is er normaal gesproken geen duidelijk kwaliteitsverschil tussen Toslink en coaxiaal. Het signaal komt digitaal aan: het wordt correct ontvangen, of er ontstaan hoorbare problemen zoals tikken, uitval of helemaal geen geluid. Een dure kabel maakt de muziek niet ineens warmer, ruimtelijker of gedetailleerder.
Dat betekent niet dat elke kabel hetzelfde is. Een slecht afgewerkte connector, een kabelbreuk of een extreem lange kabel kan voor instabiliteit zorgen. Maar bij normale lengtes en degelijk materiaal leveren beide aansluitingen een betrouwbaar resultaat voor stereo PCM-audio en veel gangbare surroundformaten.
Coaxiaal kan in theorie een hogere bandbreedte en stabielere overdracht bieden dan Toslink, vooral bij bepaalde apparaten en langere trajecten. In de praktijk is dat voordeel voor de meeste woonkameropstellingen beperkt. Gebruik daarom vooral de aansluiting die uw apparatuur ondersteunt en die logisch is voor de gewenste opstelling.
Toslink is ongevoelig voor elektrische storing
Een belangrijk praktisch voordeel van Toslink is de galvanische scheiding. Omdat het signaal via licht loopt, is er geen elektrisch contact tussen de aangesloten apparaten. Dit helpt tegen aardlussen en bromproblemen.
Dat is vooral nuttig wanneer tv, versterker, pc en andere apparatuur op verschillende stopcontactgroepen zijn aangesloten. Hoort u een lage brom via een analoge verbinding, dan kan een optische aansluiting vaak een nette oplossing zijn. Toslink neemt echter geen brom weg die al รญn het bronapparaat of de versterker ontstaat.
Coaxiaal is stevig en vaak flexibel in gebruik
Een coaxiale audiokabel is doorgaans mechanisch sterker dan een optische kabel. RCA-stekkers klikken of klemmen eenvoudig vast en de kabel kan meestal beter tegen een wat scherpere bocht. Dat is handig in een meubel waar kabels dicht langs elkaar lopen.
Toslink vereist meer aandacht bij het leggen. Buig de kabel niet scherp en zorg dat de stekker volledig in de aansluiting zit. Laat ook het beschermdopje van een nieuwe kabel niet per ongeluk op de stekker zitten. De rode gloed die u soms uit een optische uitgang ziet, bevestigt alleen dat de zender actief is. Kijk niet langdurig direct in de poort.
Welke aansluiting kiest u per apparaat?
De juiste keuze begint bij de beschikbare poorten. Heeft zowel de bron als het ontvangende apparaat alleen Toslink, dan is de keuze eenvoudig. Hetzelfde geldt voor twee coaxiale S/PDIF-aansluitingen. Heeft uw apparatuur beide opties, kijk dan naar de opstelling en het gebruik.
Toslink is vaak de meest praktische keuze bij televisies. Veel tv’s hebben een optische uitgang, terwijl een coaxiale digitale uitgang minder gebruikelijk is. Ook bij soundbars en compacte DAC’s komt optisch veel voor. Wilt u tv-geluid zonder kans op elektrische storing naar een receiver of versterker sturen, dan is een Toslink-kabel een logische oplossing.
Coaxiaal ziet u relatief vaak op cd-spelers, losse DAC’s, hifi-versterkers, receivers en professionele of oudere audioapparatuur. Wanneer beide apparaten een coaxiale digitale aansluiting hebben en de kabelroute niet extreem lang is, is dit een prima keuze.
Let goed op de richting van de verbinding. Een aansluiting met Digital Out of S/PDIF Out is een uitgang. Een DAC of versterker moet een Digital In, Coax In of Optical In hebben. Twee uitgangen met elkaar verbinden werkt niet, ook niet met een andere kabel of adapter.
Ondersteunde audioformaten en beperkingen
Zowel Toslink als coaxiaal via S/PDIF zijn geschikt voor ongecomprimeerde stereo PCM, bijvoorbeeld geluid van een cd-speler. Ook kunnen ze vaak Dolby Digital en DTS in 5.1 doorgeven. Dat maakt beide kabeltypen bruikbaar voor veel tv-, film- en gameopstellingen.
De beperking zit bij moderne formaten met hogere bandbreedte. Dolby TrueHD, DTS-HD Master Audio en ongecomprimeerde meerkanaals PCM worden normaal niet volledig via standaard S/PDIF doorgestuurd. Voor deze formaten is HDMI doorgaans de aangewezen verbinding. Ook Dolby Atmos via TrueHD vraagt om HDMI. Sommige tv’s kunnen Dolby Digital Plus of Atmos in een gecomprimeerde variant via optisch beperken of helemaal niet doorgeven, afhankelijk van merk, model en instellingen.
Heeft u geen geluid, controleer dan eerst het audio-uitvoerformaat in het menu van de tv, console of mediaspeler. Zet de digitale uitgang tijdelijk op PCM als uw versterker of DAC geen surroundsignaal ondersteunt. Voor een receiver die Dolby Digital kan verwerken, kan Bitstream of Dolby Digital juist nodig zijn. De juiste instelling is dus afhankelijk van het ontvangende apparaat.
Kunnen Toslink en coaxiaal direct op elkaar worden aangesloten?
Nee. Hoewel Toslink en coaxiaal allebei S/PDIF gebruiken, zijn de fysieke overdracht en de aansluitingen verschillend. Een Toslink-kabel past niet in een RCA-poort en een RCA-kabel past niet in een optische ingang.
U kunt wel een actieve converter gebruiken: optisch naar coaxiaal of coaxiaal naar optisch. Zo’n omvormer heeft voeding nodig, meestal via USB of een netadapter, omdat hij het elektrische signaal naar licht omzet of andersom. Controleer vooraf dat de converter in de gewenste richting werkt. Een optisch-naar-coaxiaal converter is iets anders dan een coaxiaal-naar-optisch model.
Een converter is handig als u bijvoorbeeld een tv met alleen optische uitgang wilt aansluiten op een oudere versterker met coaxiale digitale ingang. Verwacht er geen uitbreiding van audioformaten van. De S/PDIF-beperking blijft bestaan en het ontvangende apparaat moet het aangeboden signaal nog steeds ondersteunen.
De juiste kabel kiezen
Kies de lengte op basis van de werkelijke kabelroute, niet op basis van de rechte afstand tussen twee apparaten. Meet langs de achterkant van het meubel, via kabelgoten en met voldoende ruimte om apparatuur nog te kunnen verplaatsen. Een kabel die net te strak staat, belast aansluitingen onnodig.
Voor Toslink is een degelijke standaardkabel meestal voldoende voor een normale woonkameropstelling. Bescherm de uiteinden tijdens installatie tegen stof en knikken. Voor digitale coaxiaal kiest u een 75 ohm RCA-kabel met goede connectoren. Gebruik bij voorkeur geen willekeurige oude analoge tulpstekker als u storingen of uitval wilt uitsluiten.
Controleer ook het type optische aansluiting. De meeste apparaten gebruiken de standaard Toslink-poort, maar compacte apparatuur kan een mini-Toslink-aansluiting hebben. Die lijkt vaak op een 3,5 mm hoofdtelefoonaansluiting. In dat geval heeft u een kabel of adapter nodig met de juiste mini-Toslink-stekker aan รฉรฉn zijde.
Problemen oplossen bij digitaal geluid
Bij digitale audio is geen geluid vaker een instelling- of aansluitprobleem dan een kabeldefect. Controleer of u de juiste ingang op de versterker, receiver of soundbar hebt geselecteerd. Kijk daarna of de kabel daadwerkelijk in een uitgang van de bron en een ingang van het ontvangende apparaat zit.
Bij Toslink moet de stekker volledig worden aangedrukt. Bij coaxiaal controleert u of de kabel in de digitale RCA-poort zit en niet per ongeluk in een analoge ingang. Een oranje ring is een goede aanwijzing, maar niet ieder apparaat gebruikt dezelfde kleurcodering.
Blijft het probleem bestaan, stel de bron tijdelijk in op PCM stereo. Werkt dat wel, dan ondersteunt het ontvangende apparaat waarschijnlijk het eerder ingestelde surroundformaat niet. Test vervolgens met een andere ingang of kabel om gericht uit te sluiten waar de storing zit.
Kies dus niet op basis van marketingclaims, maar op basis van uw aansluitingen, audioproducten en kabelroute. Met een passende Toslink- of 75 ohm coaxiale kabel voorkomt u extra adapters, onnodige instellingen en vooral een verbinding die pas na het wegwerken van de kabels niet blijkt te werken.